De moeder van Marleen

Een paar jaar geleden sprak ik als docent ‘Filosoferen met Kinderen’ wekelijks met een groepje kinderen uit groep 3 van een basisschool in Tilburg. Met jonge kinderen kun je over alle onderwerpen filosoferen. Ook de dood komt wel eens ter sprake, zoals één van de keren bleek.

Ik lees een verhaal voor uit het boekje ‘Bij Uil thuis’ van Arnold Lobel. Het verhaal van Uil, die
probeert op twee plaatsen tegelijk te zijn door heel hard naar boven en beneden te rennen, is de aanleiding voor een gesprek over op twee plaatsten tegelijk zijn en over bellen, stand-ins en samen op twee plekken zijn.

Dan zegt Marleen ineens: ‘Mijn mama is dood en ik ben toch een beetje bij haar. Mijn papa zegt dat ze in mijn hartje zit en daardoor weet ik dat ze toch een beetje bij mij is en dan weet ik ook dat ik een beetje bij haar ben.’

En voél je ook dat je moeder bij jou is?

Marleen: ‘Ja, soms wel.’

En hoe voel je dat?

Marleen: ‘Dan denk ik aan haar en dan voel ik dat gewoon. En ze is ook vandaag jarig. Dan ben ik ook een beetje bij haar en daarom heb ik ook dit jurkje aangedaan.’

Is het een beetje een verjaardagsjurkje?

Marleen: ‘Ja’

Vind je het fijn dat we even over haar praten?
(Ze knikt)
Maar nou is ze bij jou én bij je vader? Ze is nou dus eigenlijk op meer plekken tegelijk. Bij jou, bij je vader en misschien bij nog meer mensen.

Marleen: 'Ja, ook bij mijn broers denk ik wel, en bij de poes en ook bij de kippen.'
Janske: ‘Ik heb twee keer een hele bijzondere ster gezien, dat is de ster die het meeste kan schijnen en misschien is het wel de moeder van Marleen.’

Denk jij dat ook, Marleen?

Marleen: ‘Ja, want ik zag ook toen mijn broer mij in bed ging leggen nog maar één sterretje en die gaf heel veel licht. En toen dacht ik misschien dat dat mijn mama was en dat zei ik ook nog tegen mijn broer.’
Janske: ‘Ik weet een soort van tip voor Marleen, ze kan ook gewoon dromen dat haar moeder bij haar is.’
Marleen: ‘Dat probeer ik ook steeds maar dat lukt niet zo goed.’
Loes: ‘Ik had nog twee vragen voor Marleen: misschien kan ze iets maken over haar mama en dan onder haar kussen leggen en dat ze daar dan over droomt.En misschien was die ster wel haar moeder dat ze zwaaide. En dan zwaait haar moeder iedere avond naar haar.’

Dan is er even tijd nodig voor het uitwisselen van verhalen over mensen die gestorven zijn, over iemand missen en herdenken, opa’s en oma’s of een een dood huisdier. Dit leeft heel erg. En bij kinderen worden alle vormen van dood even serieus genomen.

Als iemand dood is, is iemand er dan nog?
Ja, nog wel een beetje want die is nog in je hoofd. Als je aan iemand denk is hij er.’

Inge Koenen

(de namen van de kinderen zijn veranderd)

www.wereldreddingsbrigade.nl

Ook een verhaal plaatsen? Neem contact met me op info(at)jolandavandegrint.nl